De markt van Arnhem werd in de 19e eeuw de Groote markt genoemd en eerder de Oude markt. De Nije Merckt was de voorloper van de Korenmarkt.
In 1233 kreeg Arnhem officieel marktrechten maar het is zeer waarschijnlijk dat er voor die tijd ook al een soort markt was. In de dertiende eeuw was de markt enkel op zaterdag. In de omliggende plaatsen waren andere markten, vaak op meerdere dagen. Boeren uit de omgeving bezochten vaak maar één markt; de af te leggen afstanden waren in die tijd te groot om er meerdere te bezoeken.
In de 16e eeuw werden de markten regionaler van karakter doordat er schipbruggen, gierponten en bijvoorbeeld de grift (trekvaart) tussen Arnhem en Nijmegen werden aangelegd. Die maakten het reizen gemakkelijker en sneller. Een boer uit Elst kon daardoor zowel naar Arnhem als naar Nijmegen. Hetzelfde gold voor degenen die als koper een markt wilden bezoeken.
Kopers en verkopers deden op de marktdag ook hun andere zaken, verbleven in herbergen en lieten bijvoorbeeld reparaties uitvoeren. De stad voer wel bij deze bedrijvigheid. De markt werd allengs te klein en werd in de 19e eeuw uitgebreid naar de Turfstraat, Walburgisplein en de noordzijde van de Eusebius. Later ook naar de niet meer bestaande Marktstraat (zie de plattegrond van Arnhem in 1930).
De westzijde van de markt herbergde veel horecagelegenheden met klinkende namen zoals bijvoorbeeld, tussen de waag en het Gouverneurshuis; het Duitsche Hof, de Zwarte Arend, Hof van Anholt, De Hooizolder, de Zwaan.
De Markt lag in september 1944 in de vuurlinie van de gevechten rondom de John Frostbrug. Door zware artilleriebeschietingen en branden werd de complete westzijde van de Markt, inclusief de hotels volledig verwoest. Van de Waag bleef alleen het “karkas” overeind. Na de oorlog is dit deel van de stad in een heel andere, modernere stijl heropgebouwd, waarbij de hotels van voor de oorlog definitief uit het straatbeeld zijn verdwenen. De overheidsgebouwen aan de oost en zuidzijde, de historische noordzijde en de handelsgebouwen (inmiddels restaurants) aan de westzijde geven de markt een ietwat apart aanzicht.
Tot WOII liepen midden over de markt de tramlijnen tram lijn 2 en 3. Ook op marktdagen was er een dienstregeling.
De markt zorgde op allerlei manieren voor inkomsten voor de stad. Weeggeld en cijns gingen rechtstreeks naar de kas van de stad. Kopers en verkopers deden op de marktdag ook hun andere zaken, verbleven in herbergen en lieten bijvoorbeeld reparaties uitvoeren.
De stad voer wel bij deze bedrijvigheid.
Toen er meer op de markt verhandeld werd, werd die allengs te klein. In de 19e eeuw werd de markt uitgebreid naar de Turfstraat, het Walburgisplein en de noordzijde van de Eusebius. Later ook naar de niet meer bestaande Marktstraat.
Veel van de handel gebeurde niet op de markt zelf, maar in de herbergen er omheen, waar zaken werden beklonken.
Oorspronkelijk werd de kermis als natuurlijke opvolger van de jaarmarkt gehouden op donderdag na de derde zondag in de vastentijd en duurde 2 weken.
Aan het einde van de 18e eeuw begon de kermis op 26 augustus (naamdag Eusebius) en duurde 8 dagen.
Er was er heel wat te zien; vechten met wilde dieren, meisje zonder armen die al het huiswerk met haar voeten deed, pratende poppen, koordansen, een wassenbeeld van een stervende Napoleon, 80 gedresseerde kanaries en natuurlijk een vlooientheater.
De attracties stonden niet alleen op de markt maar ook op de Jansplaats, Koningsplein, bij Musis, Willemsplein, Nieuwe plein en in de kleinere straatjes. Ook een warenmarkt met veel zoetigheden maakte onderdeel van het geheel.
Kermisattracties in de hotels
De hotels huurden ook “attracties” in. Zo had je in Hotel des Pays-Bas een tandmeester die “behendig stompen, holle kiezen en wortels verwijderde.” Ook kon je bij hem terecht voor het inzetten van Valsche tanden. Exteroogen en Lijkdoorns werden desgewenst ook zonder pijn en bloed verwijderd.
In 1863 worden er door de Nederlandsche Rhijn Spoorweg speciale Kermisretour-biljetten verkocht.
Om het geheel in toom te houden werden kwakzalvers, dobbelaars, bedelaars en vergelijkbare luiden niet in de stad toegelaten.
Kermisverbod
Vooral uit hervormde kringen werd er telkens aangedrongen op het verbieden van de toch wel zeer zondige kermis die leidde tot zedeloosheid, alcoholmisbruik en vechtpartijen.
In 1877 besloot het gemeentebestuur onder leiding van Pels Rijcken om, in navolging van andere steden de kermis te verbieden. Dit leidde tot heftige rellen waarbij veel ruiten en 200 gaslantaarns sneuvelden. Omdat de toen al aanwezige Gele Rijders de politie te hulp schoten was het verzet in Arnhem snel gebroken.
Kermisalternatieven
Een alternatief werd gevonden op de Paasweide waar al sinds de middeleeuwen rond Pasen een groot kinderfeest werd gehouden. Hier groeide dat feest na het verbod uit 1877 uit tot een ware kermis. Maar ook hier was het in 1899 einde.
Op de Praets, toen gemeente Elst, ging het in bescheidener vorm verder. Wel tot ergernis van de Arnhemse binnenstad ondernemers, die stelden dat ze niet alleen op kermisdagen veel omzet verloren maar ook in de weken daarom heen. Er werd zoveel geld aan de kermis uitgegeven dat de Arnhemmers vooraf geld ervoor opzij legde en nadien zuinig aan moesten doen.
Einde kermisverbod Vanaf 1933 wordt er weer kleinschalig kermis gehouden. Eerst nabij Musis en later zeer succesvol op de Sonsbeekweide. In 1938 werd het verbod ingetrokken en op de Markt, Jansplaats, Kippenmarkt, Roermondsplein, Eusebiusplein kon weer kermis gevierd worden met vele “moderne” attracties zoals een benzine-autobaan, zweefmolen en een hypodroom. In 1939 werd de kermis ten gevolgde van de mobilisatie afgelast om pas weer in 1948 , tweemaal per jaar, te worden georganiseerd.
Weetje: de oorsprong van het woord kermis
“Kermis” is een verbastering van “kerkmis (kerke-misse). Dit was een religieuze viering bij de inwijding van een parochiekerk.
In 1958 werd de eerste NATO Taptoe georganiseerd. In de 11 daaropvolgende jaren werd Daarna werd het eenmaal per jaar georganiseerd in Arnhem. Het was een groot internationaal evenement met militaire muziekkorpsen, 10.000 bezoekers op de tribunes en soms live TV-uitzendingen.
In 1965 werd een recordaantal bezoekers bereikt:65.000 over alle dagen. De omwonende jeugd klom na afloop onder de tribunes om de achtergelaten programmaboekjes te verzamelen en de volgende dag voor een stuiver weer te verkopen.
Ten gevolge van protesten en verstoringen door onder meer pacifistische, anarchistische en Provo bewegingen werd de Taptoe in 1969 afgeschaft.
Geschiedenis van de Taptoe
De geschiedenis van de Taptoe gaat ver terug. In de 17e eeuw was het gebruikelijk dat er vanaf de stadspoorten tamboers richting de markt liepen om aldaar de “Tap toe” te slaan als teken aan de herbergen dat de Tap gesloten moest worden en de soldaten naar hun verblijven moesten terugkeren.
Bij overtreding werd de desbetreffende herberg gesloten.