Dit is een oude revisie van het document!
De Grote of Eusebiuskerk is een laatgotische, driebeukige kruisbasiliek in Nederrijnse stijl.
De plattegrond vormt een kruis met middenschip, twee zijbeuken en een noord- en zuidtransept. Opmerkelijk is de asymmetrie van de koorgang. Waarschijnlijk is dit het gevolg van het feit, dat men bij de bouw een deel van de oude funderingen van een vroegere kerk heeft gebruikt. De kerk is, evenals vele kerken uit de late middeleeuwen, georiënteerd, d.w.z. dat de hoofdas oost-west is geplaatst. Aan de westzijde bevindt zich de hoofdingang. Na binnentreden richtte men onwillekeurig het zicht gericht naar het oosten met het koor en het altaar. De kerk is 78 m lang, 29 m breed en 25 m hoog.
De 93 m hoge toren heeft 385 traptreden, maar sinds september 1994 kan de toren met een lift worden “bestegen”, die de bezoekers tot een hoogte van 73 m brengt, vanwaar men comfortabel achter glas van een riant uitzicht kan genieten. Via een kort spiraaltrapje kan nog 8 m hoger worden geklommen.
Sinds het voorjaar 2018 zijn glazen balkons aan oost- en westzijde van de toren aangebracht op 60 m hoogte.
Bij opgravingen tijdens de restauratie in de jaren 50 van de 20ste eeuw, is gebleken dat vrijwel op dezelfde plaats voorgangers van de kerk hebben gestaan. De contouren van de directe voorganger, de romaans-gotische St Maartenskerk, zijn in het plaveisel aan de zuidoostzijde van de kerk aangegeven met “kinderhoofdjes”.
De Eusebiuskerk is gebouwd in de periode 1450 tot 1540. De bouw strekte zich dus uit over een periode van 90 jaren. Dit werd veroorzaakt door het feit dat regelmatig de bouw moest worden onderbroken vanwege geldgebrek. Er moest dan eerst weer voldoende geld bijeen gebedeld worden om verder te kunnen bouwen.
Pas in 1650, een eeuw na het gereedkomen van de kerk, was er voldoende geld ingezameld om de toren van een achtkantige (renaissance-) lantaarn te voorzien.
In 1944 zijn de kerk en de toren tijdens en vlak na de Slag om Arnhem grotendeels verwoest, en na de oorlog weer herbouwd. Daarbij zijn de eerste twee geledingen van de toren in de oude stijl hersteld, maar is de bovenste geleding, de lantaarn, eigentijds en gebouwd naar het winnende ontwerp van de architect Th.J. Verlaan, die zijn bijdrage voor de prijsvraag instuurde onder het motto: “een eigentijdse invulling van de neogotiek”.
Het nieuwe steenhouwwerk in en aan de kerk is onder leiding van Eduard van Kuilenburg ontworpen en vervaardigd.
Na de Reformatie is de kerk onttrokken aan de rooms-katholieke kerk, doch tijdens de eerste Franse bezetting van de stad in 1672 door Lodewijk XIV , weer aan de rooms-katholieken teruggegeven. Na terugtrekking van de Fransen in 1674 is het kerkgebouw weer als protestantse kerk in gebruik genomen.
Kenmerkend voor de laatgotische bouw zijn de langgerekte vensters met spitse bogen en het maaswerk. De belangrijkste kenmerken van de Nederrijnse stijl zijn de ruimtewerking, de relatief kleine vensters in de bovenkoorgang en een, in de kerk opgenomen, toren.
Na de Sint Jan in ‘s-Hertogenbosch is de Eusebiuskerk de meest versierde kerk van Nederland. Hij is versierd met waterspuwers, luchtboogbeelden, rozetten etc.
Boven de hoofdingang van de kerk is in 1994 een zgn. Chronostichon (jaartalvers) aangebracht. Dit is een tweeregelig rijm, waarin verhuld een jaartal is opgenomen. Deze stijl werd vroeger veel door de Rederijkers toegepast.
Voor U staat hIer eUsebIUs reChtop en fIer, Vaak besChoten en zo Lang gekWeLD gerestaUreerD en In praCht herstelD
Wanneer je de (rode) hoofdletters als Romeinse cijfers leest en die optelt, krijg je het getal 1994, het jaar waarin de kerk grondig is gerestaureerd en voor de vijftigste keer de slag om Arnhem werd herdacht.
Rekenhulp: we zien 4x een I (=1), 8x een V (=5) - een U is ook een V en een W staat voor 2x V -, 3x een L (=50), 3x een C (=100) en 3x een D (=500).
Een andere manier om aan het getal 1994 te komen is door het aantal woorden - 19 - en het totaal aantal letters - 94 - te tellen.
Bernard Grothues is de maker van dit vers.
Het zuidportaal is het oudste deel van de kerk en dateert uit ca. 1478. Boven de zuidingang zijn vier beelden te zien van (vlnr) St.Martinus met zwaard, St.Petrus met sleutel, St.Christoffel met kind en St.Stephanus met een van de stenen, waarmee hij gestenigd werd. Het zijn kopieën van middeleeuwse zandstenen beelden., waarvan de originelen zich nu in Museum Arnhem bevinden.
Aan de toren zijn aan de westzijde op 68 meter hoogte een aantal zgn. waterspuwers te zien in de vorm van Disney-kabouters. Ze zijn gehouwen door Henk Vreeling. Tussen de kabouters bevindt het steengehouwen hoofd van de predikant G.C. Foeken, die fel gekant was tegen het aanbrengen van wereldse figuren op de luchtbogen en op andere plaatsen aan de kerk.
Aan de zijkant buiten de kerk zijn luchtbogen te zien, die van het middenschip naar de zgn. steunberen lopen. Op deze zitten schrijlings mens- en dierfiguren. De steunberen zijn “gekroond” met driekantige pinakels. Deze pinakels zijn versierd met bladmotieven (bladhogels).
De middellijn van het uurwerk, dat zich aan de voorzijde van de toren op 57 m hoogte bevindt, is 3.5 m en de minutenwijzer van de klok is 2.55 m lang.
Aan de oostzijde van het koor van de kerk bevindt zich een glazen stoeptegel in het plaveisel, die deel uitmaakt van een meditatieroute, die in 1994 door de Arnhemse beeldend kunstenares Maria Strik (1948) is uitgezet in het centrum van Arnhem, Oosterbeek en Arnhem-Zuid. De route van 10 tegels verwijst naar liefde en oorlog. De tegel bij de Eusebiuskerk verbeeldt “Terugkeer, Inkeer en Bescherming”.
Op 60 meter hoogte bevinden zich aan de west- en de oostkant glazen balkons van waaruit je een prachtig uitzicht hebt over Arnhem en wijde omgeving.
Elk balkon weegt circa 2.500 kilogram en is onder meer met stalen kabels aan de toren bevestigd.
De glasplaat die de bodem vormt, kan met gemak (maximaal) zes personen dragen.
Het ontwerp van de balkons is van de Doorwerthse architect Robert Nijhuis.
Bij de restauratie van 2019 zijn aan noordelijke en zuidelijke zijgevel nieuwe entrees gemaakt met glazen toegangsdeuren, zodat men dwars door de Eusebiuskerk kan kijken en vanaf stadszijde dan wel vanaf Marktzijde door de kerk heen kan lopen.
Voor de noordelijke ingang zijn vier, uit aluminium en staal opgetrokken, deuren geplaatst. Het zijn zware gevaartes van 4,5 meter hoog en 1,5 meter breed. De metalen tekst is zo transparant mogelijk: de letters worden gedragen door een frame van horizontale ribben die precies achter die letters schuil gaan.
De tekst beschrijft de historie van de Eusebiuskerk sinds 893 en is geschreven door Peter Koelewijn, de bouwmanager van de restauratie.
Het ontwerp van de deuren is Robert Nijhuis (de man van de glazen balkons) en is uitgewerkt door Ruud-Jan Kokkeplugin-autotooltip__plain plugin-autotooltip_big Van ontwerper Ruud-Jan Kokke zijn in Arnhem verschillende werken te bewonderen. In deze Gilde-Encyclopedie komen we hem tegen in de pagina’s over het Stadhuis en de Eusebius. Meer informatie over hem en over zijn Arnhemse werken vind je hier: Arnhem uit de Kunst, Theo Brink, Uitgave Hijman Ongerijmd, blz 57 e.a. en grafisch ontwerper Paul Glademans. De Arnhemse smederij van Steven Frijlink deed het smeedwerk.
De tekst die op de deuren staat, kun je hier lezen.
Ook voor de zuidelijke ingang worden dergelijke deuren geplaatst.
Aan de noordzijde van de toren bevindt zich de Annakapel en zuidelijk van de toren de Raadskapel. Boven in de Raadskapel is een monument opgehangen. Het bestaat uit 19 parachutisten van brons die met een ijzeren draad aan het plafond zijn bevestigd. Het monument herinnert aan de Britse parachutisten die een vergeefse poging deden om via Arnhem een doorgang te forceren door de verdedigingslinies van de bezetter tijdens Market Garden in september 1944. Verder is er een drieluik te zien, dat in 1960 is geschilderd door Theo van der Horst (1921-2003) en heet ‘Vertwijfeling’. Met dit schilderij, dat is geschonken, geeft de schilder zijn indrukken van de Slag om Arnhem weer.
De ster- en netgewelven zijn het aanzien waard.
De neobarokke preekstoel stamt uit de eerste helft van de 19de eeuw en is afkomstig uit de rooms-katholieke St.Bonifatiuskerk te Dordrecht (in 1982 aangekocht).
In de grafkelder onder het koor van de kerk zijn sinds 1963 onder meer twee loden kistjes te zien, waarin de botten en het gebalsemde hart van de hertog van Gelre worden bewaard. In de ronde cilinder bevindt zich de akte, waarin de bijzetting van de hertog is beschreven.
Ook een deel van de fundamenten van de oude Maartenskerk zijn daar zichtbaar.
Het orgel is in 1793 gebouwd door de orgelmaker Johannes Stephanus Strűmphler (1736-1807) en is geplaatst in een kast, die vervaardigd is door Barthold Ziesenis. De beelden zijn gemaakt door zijn broer Anthony Ziesenis. Het topbeeld stelt koning David voor. Dit orgel werd in 1951 aangekocht ter vervanging van het verwoeste Wagnerorgel en is afkomstig uit de, nu gesloten Hersteld-Evangelisch Lutherse Kerk aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam. Het werd in 1962 officieel in gebruik genomen maar pas in 1985, na een grondige restauratie voor het eerst bespeeld. In 2007 was de organist Johan Luijmes. In 2017 is de nog jeugdige Bob van der Linden als organist van de Eusebiuskerk aangesteld.
Het orgel omvat in totaal 2400 pijpen, waarvan 467 tongpijpen en 2400 labiaalpijpen.
Een aantal jaren geleden zijn in het koor van de kerk de restanten zichtbaar gemaakt van een 16de eeuws fresco, bestaande uit een vijfluik, waarop de Passie- en Paascyclus zijn uitgebeeld. Het draagt nog steeds de sporen van de schade, die tijdens de beeldenstorm in de 16de eeuw is aangebracht, waarbij met name de gezichten van de afgebeelde personen zijn bekrast.
De doopvont stamt van na de oorlog en is gehouwen door Ab Diekerhof (1917-1997).
Vanwege de akoestiek is er een houten vloer in de kerk gelegd. Daaronder bevinden zich nog enkele van de oorspronkelijk 818 grafzerken, die vrijwel alle in de loop der eeuwen verdwenen zijn. Tegen het zuidelijk koormuurtje hangt een, in 1787 geschilderd paneel, waar op een plattegrond van de kerk deze graven zijn aangegeven.
Het vroegrenaissance praalgraf van Karel van Gelre stond voor september 1944 midden in het koor. In het kader van de nieuwe inrichting van de kerk zal het weer op zijn oorspronkelijke plek worden terug geplaatst.
De beeltenis van de hertog is helaas begin 2000 door een onverlaat onthoofd, doch nu weer hersteld.
De tombe is aan weerszijden versierd met de beeltenissen van de apostelen. Het praalgraf heeft de bombardementen doorstaan dankzij een betonnen sarcofaag, die monumentenzorg er in 1942 overheen gebouwd had.
Het kastje aan een pijler bij de tombe bevat het beeld van de knielende Karel van Egmond met zijn originele harnas.
Het harnas is een zeer bijzonder stuk. Onderzoek heeft uitgewezen, dat het een origineel toernooiharnas is, dat in 1518 door de vervaardiger Jan Calis, alias Harn(a)smaker aan de hertog Karel van Egmond is geleverd. En ook bijzonder is dat zowel drager als maker bekend zijn.
Na de oorlog is het harnas tussen het puin gevonden en daarna geheel gerestaureerd. De “man in het kastje” met het harnas werd na de restauratie in 1964 weer in de kerk teruggeplaatst.
Het beeld is in 2019 opnieuw gerestaureerd met de opbrengst van een crowdfundingsactie.
De vloerplaat van het graf van de maker van het harnas bevindt zich ook in de Eusebius (nummer 58 op de plattegrond, op dit moment nog onder de houten vloer).
Actualiteit
Gedurende het tweede halfjaar 2020 is het harnas niet te zien in de Eusebiuskerk. Het is uitgeleend aan het Nationaal Militair Museum.
Van de vooroorlogse gebrandschilderde ramen zijn nog slechts enkele fragmenten bewaard gebleven. Het enig raam dat de oorlog had overleefd, is bij de aanvang van de restauratie zorgvuldig ingepakt maar daarna verdwenen! Momenteel zijn de vensters voorzien van blank glas. Een uitzondering is een raam in de Annakapel waar het, door Joep Jansen vervaardigde apostelraam is aangebracht. Tot 1996 was dit in de gesloopte Kleine Eusebiuskerk aanwezig. De afbeelding is toepasselijk voor de Arnhemse oorlogsperiode vanaf september 1944.
Het vieringgewelf draagt de jaartallen 1529 en 1948; het jaar van de oorspronkelijke bouw en van de restauratie.
In de toren hangt op 37 m hoogte het zevengelui, bestaande uit klokken, die in 36 tooncombinaties kunnen klinken. Het zevengelui bestaat onder meer uit de, uit 1475 daterende Petrusklok, de uit 1477 stammende Martinus- en de Eusebiusklok en vier klokken, die in 1650 gegoten zijn door de Zutphense klokkengieters François en Pieter Hemony.
Het carillon, dat op 59 tot 64 m hangt, is vrijwel geheel nieuw en in 1960 in Aarle-Rixtel gegoten. Het omvat nu 53 klokken en is daarmee een van de grootste klokkenspelen van West-Europa.
Bij de grote restauratie in 1994 werd het carillon uitgebreid met vier basklokken. Deze zijn gegoten door Petit & Fritsen, destijds klokkengieters te Aarle-Rixtel (tegenwoordig opgegaan in Koninklijke Eijsbouts te Asten). De zwaarste van deze vier heeft een diameter van 2465 mm en weegt maar liefst 9100 kg.
ZKH Prins Charles heeft ter gelegenheid van de restauratie van de Arnhemse beiaard in Engeland geld bijeengebracht om deze zware klok (een klinkende e-0) te bekostigen.
De opschriften van drie van de nieuwe klokken zijn teksten die verband houden met de 50ste herdenking van de Slag om Arnhem:
“Voor mensen is het goed te denken als een sterveling”
“A bridge too far, but never in vain”
“The best way to suppose what may come, is to remember what is past 1944-1994”
In 2019 is in de kerkzaal een kelderverdieping gebouwd waar garderobe en sanitaire voorzieningen zijn gerealiseerd.
Aan de noordkant van de kerk (tegenwoordig de terrassen van Dudok en Arnhems Meisje) was er tot 1783 het oude kerkhof. Een laag muurtje scheidde het kerkhof van de steeg ernaast: de Kneckelsteghe. Op de hoek voor Dudok stond het knekelhuis.
In 1783 was het kerkhof vol. Toen de eerste overledene buiten de stadsmuren begraven zou worden ontstond er een volksoproer, dat dagen duurde. Buiten de stadsmuren werden oorspronkelijk alleen misdadigers begraven. Met het weer opgegraven lijk is door de stad gezeuld.
Rond de kerk en op het kerkhof hebben in de zomer van 2017 uitgebreide opgravingen plaatsgevonden. Resten van oude bebouwing, stukken van de oude bedding en vele skeletten, waarvan de oudste waarschijnlijk uit de 15de eeuw dateert. Ook knekelputten zijn aangetroffen. Vele bigbags met botten zijn afgevoerd en zullen later onderzocht worden. Plaats en diepte is steeds zorgvuldig genoteerd. Een schat aan gegevens zal uit dit materiaal t.z.t. ontleend kunnen worden.
Over de herbouw liepen de meningen nogal uiteen. Sommigen (waaronder burgemeester Matser) wilden de ruïne laten staan als een oorlogsmonument, zoals ook in Britse en Duitse steden was gedaan. Maar de meeste Arnhemmers wilden de Eusebius weer terug hebben.
Het restauratieplan werd gemaakt door ir. B.T. Boeyinga. Als uitgangspunt diende daarbij het restauratieplan van Boerbooms uit 1895 en de metingen die deze daarvoor had gedaan.
Het skelet van de toren is van beton. Dit is bij de herbouw na de verwoesting in de oorlog bekleed met het relatief goedkope, zeer zachte Thüringer tufsteen.
Dat had grote gevolgen. Al in 1973 kwam een onderdeel (ribsegment) van het gewelf in de kerk naar beneden. Vanaf het midden van de jaren zeventig stond er een hekwerk rond de toren om omstanders te beschermen voor eventueel vallende stenen.
In 1988 werd – onder andere door alpinisten – een onderzoek gedaan naar de staat van de kerk, ter voorbereiding van de restauratie van 1991 tot 1994. Toen zijn met name pinakels en balustrades van Ettringer Tufsteen vervangen door een andere steensoort (Peperino Duro uit Italië).
In 2005 en 2007 kwamen opnieuw kleine brokstukken van de kerk (toren) naar beneden. Na een provisorische afzetting is in 2009 besloten een steiger om de gehele toren te plaatsen die enerzijds tot doel had eventueel vallende onderdelen op te vangen en anderzijds de kans bood voor een grondig onderzoek van het hele gebouw. Daarbij bleek de natuursteen zoveel scheuren te vertonen, dat vervanging door een betere kwaliteit zandsteen noodzakelijk is geworden.
In 2019 zijn deze restauratiewerkzaamheden afgerond.
Naast de werkzaamheden aan de toren heeft ook de rest van het imposante bouwwerk een restauratie ondergaan die vele miljoenen euro’s heeft gekost, ca € 27 miljoen. Hieraan heeft de rijksoverheid voor een belangrijk deel bijgedragen. Ook de gemeente Arnhem heeft vanaf 2016 een structurele bijdrage geleverd, evenals de Provincie Gelderland. Daarnaast zijn er fondsen en sponsoren gevonden voor de resterende benodigde gelden.
Het kerkplein was oorspronkelijk volgebouwd Bij de wederopbouw is er voor de toren een plein gecreëerd, waardoor kerktoren in het zicht kwam. Nu is het weer bebouwd met een appartementengebouw en het Focus Filmtheater. Dit laatste is zo gebouwd dat het de suggestie van een straatje met zicht op de toren oproept.
De Eusebiuskerk is aangewezen als rijksmonument.
Op de site Rijksmonumenten.nl vind je meer informatie.