In september 1878 kwamen een aantal gegoede burgers bijeen om de Arnhemsche Melkinirichting, de AMI op te richten. Het doel was de oprichting van een inrichting tot het verkrijgen van goede melk.
De eerste melk, 11 ct per liter, werd geleverd op 15/16 mei 1879 vanuit het pand Kerkstraat 381).
Klachten over knoeierijen, tyfusuitbraken en een groeiend bewustzijn over de volksgezondheid lagen hieraan ten grondslag. Boeren en melkhandelaren hadden de gewoonte de verse melk aan te lengen met water.
Soms was dat water afkomstig uit de sloot. Het kon daarom voorkomen dat je in je melk een voorntje aantrof.
Het aanlengen was overigens indertijd niet verboden en werd ook wel melkwassen genoemd.
In 1913 werd het wel verboden. Controle hierop geschiedde door het vriespunt van de melk te bepalen. Een hoger vriespunt betekende toevoeging van water.
In Amsterdam gold vanaf 1879 wel al een verbod om specifiek met grachtwater aan te lengen.
Als de melk met meer dan 30% verdund werd, kleurde hij lichtblauw.
Met boeren werden leveringscontracten gesloten.
Als je klant wilde worden, werd je abonnee.
Vijf knechten werden aangenomen.