Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


volksbadhuizen

Dit is een oude revisie van het document!


Badhuizen

Reiniging van het hele lichaam was tot eind negentiende eeuw geen thema. Men waste zich maar mondjesmaat, velen dachten dat je er ziek van kon worden.
Vanaf 1850 kwam de gezondheidsleer opzetten, en de aanhangers daarvan, de hygiënisten, wezen op het belang van reinheid: een schoon lichaam, schone kleren, een schone omgeving met zuiver water, ruimte en frisse lucht. Daarmee moesten hardnekkige ziekten worden voorkomen, vooral in de arbeiders- en volksbuurten waar die het hevigst woedden.

Maar er waren weinig mogelijkheden: waterleiding en riolering waren er niet, men moest zich behelpen met een teiltje koud water uit de pomp.
En die pomp? In heel veel woningen, zeker die van de mindergestelden, was geen waterpomp aanwezig. Water was voor velen alleen beschikbaar bij de stadspomp, waarvan er rond 1885 een kleine vijftig aanwezig waren, verspreid over de hele stad.
In dat jaar pas werd een begin gemaakt met de aanleg in Arnhem van waterleiding. In 1895 waren iets meer dan duizend arbeiderswoningen daarop aangesloten. In 1930 was 95% van alle Arnhemse woningen aangesloten op de waterleiding.

In het begin van de vorige eeuw was zo het gebruik van eigen badtoestellen uitzondering. Alleen in woningen van de elite; middenstandswoningen, ook de betere, hadden toen beslist nog geen eigen douche of bad.
Daarmee waren badhuizen een bittere noodzaak om de persoonlijke hygiëne te verbeteren.

In de eerste helft van de 20ste eeuw was een andere ontwikkeling dat op allerlei manieren werd geprobeerd het levenspeil van de lagere sociale klassen op een wat hoger niveau te brengen door middel van goede huisvesting, scholing en centrale openbare voorzieningen.

In lijn hiermee en met de ontwikkelingen elders in Europa (met name in Engeland en Duitsland) werden er toen ook in Nederland initiatieven genomen om “volksbadhuizen” te stichten. Dat leidde in Arnhem tot de oprichting in 1892 van de Vereeniging Volksbad, die als doel had ‘gelegenheid te verschaffen tot het nemen van baden tegen lagen prijs’.

Badhuizen in Arnhem

Arnhem heeft op verschillende plaatsen in de stad badhuizen gehad.

Het eerste badhuis in Arnhem werd gesticht door de Arnhemsche Badvereeniging. Aan het Sint Walburgisplein.
Het is in gebruik genomen in 1872 en gesloten in 1933.
Dit badhuis werd, ook in verband met de prijs, vooral gebruikt door welgestelden.

Een ander vroeg Arnhems badhuis was het joodse badhuis aan de Kerkstraat.
Het is opengesteld in 1885. Het kwam in de plaats van een eerder badhuis op dezelfde plaats, gebouwd in 1855. Het is als ritueel badhuis in gebruik geweest tot de Tweede Wereldoorlog.

Het eerste volksbadhuis werd gesticht aan de West-Peterstraat in Klarendal.
Het werd op 1 oktober 1892 geopend en is tot eind 1978 in gebruik geweest. Het was het laatste badhuis dat in Arnhem de deuren sloot.
Arnhem was behoorlijk vooruitstrevend met dit volksbadhuis, want in 1889 was er in heel Nederland nog maar één!

Pas in 1920 werd in de gemeenteraad een voorstel gedaan om grond aan te kopen en een krediet beschikbaar te stellen voor ‘de stichting van een volksbadhuis’ op Lombok, het badhuis West-Arnhem aan de Nassaustraat 4a.
Dit badhuis is in 1922 in gebruik genomen. Het is tot 1937 als gemeentelijke instelling open geweest, en daarna nog tot begin 1940 voor rekening van de badmeester Ooykaas.

In 1920 begon ook de bouw van woningen op de Geitenkamp, en in de tweede helft van de jaren 1920 startte men ook met bebouwing van de Paasberg. Daarop kwam de Centrale Woningstichting in 1929 met het plan om een volksbadhuis te bouwen aan de Rozendaalseweg, tussen beide wijken in.
Uiteindelijk ging de gemeente hierin mee en werd het badhuis Arnhem-Oost – later Badhuis Arnhem genoemd – gebouwd en in 1932 in gebruik genomen.
Het badhuis is rond 1968 gesloten.

Na de oorlog werd nog een gemeentelijke badinrichting gevestigd in een pand op het terrein van de gemeentelijke gasfabriek aan de Westervoortsedijk. Dit pand was in 1942 ingericht als dependance van het Gemeenteziekenhuis voor de behandeling van schurft en ontluizing. Het werd bij het bombardement van 22 februari 1944 deels vernield maar na de oorlog herbouwd met zeven douches voor publiek gebruik. Dit badhuis werd gebruikt door bewoners van de Rijnwijk en de Van Verschuerwijk.
In 1973 is het gesloten na een besluit van de gemeente te stoppen met de financiering ervan. Dat hield verband met het intussen sterk afgenomen gebruik van het volksbadhuis.

Meer over de badhuizen

Wat kostte het nemen van een bad of douche? En wat kreeg je daarvoor?

In het badhuis aan het Sint Walburgisplein kostte (in 1905) een medicinaal bad met de daar aanwezige douchetoestellen en bediening 65 cent. Een kuipbad in de eerste klasse was vijftig cent, voor een tweede klasse kuipbad was dat vijftien cent, voor een douchebad tien cent. Bij de eerste klasse werden twee, bij de tweede klasse één handdoek verstrekt.

Bij de opening in 1892 van het badhuis aan de West-Peterstraat werden de prijzen voor een bad vastgesteld op 4 cent inclusief een stukje zeep en een handdoek; op vrijdag en zaterdag was dat 6 cent, omdat dan iedereen in bad wilde.
Je moest overigens wel snel zijn, want badmeester Timmermans riep al snel dat je weer naar buiten moest komen. Kwam je niet direct, dan kon je een emmer koud water of een koude straal met de tuinslang over je heen krijgen.

Het badhuis op Lombok was tamelijk duur, met prijzen van 10 en 20 cent voor stortbaden en 20 en 30 cent voor kuipbaden.

Voor het gebruik van de baden in badhuis Oost-Arnhem was men verschuldigd:
op maandag, dinsdag, woensdag voor een stortbad ƒ 0,15 en voor een kuipbad f 0,30
op donderdag voor een stortbad ƒ 0,10 en voor een kuipbad kuipbad f 0,30
op vrijdag en zaterdag voor een stortbad ƒ 0,20 en voor een kuipbad kuipbad ƒ 0,40.
Handdoek en zeep werd gratis verstrekt.
Als geste naar de minvermogenden kostte een stortbad op zaterdagochtend en -avond 10 cent.

De inrichting van de badhuizen. Voor mannen en vrouwen verschillend en gescheiden van elkaar

In het badhuis op Lombok bestond de vrouwenafdeling uit 3 douches, 2 kuipbaden en 1 wc, de mannenafdeling uit 7 douches en 1 wc. Er waren aparte ingangen voor mannen en vrouwen, en ook aparte wachtkamers.
Voor vrouwen waren er relatief meer kuipbaden omdat men er rekening mee moest houden ‘dat een stortbad op sommige personen eene onaangename, te sterk prikkelende werking heeft, en door volwassen vrouwen minder op prijs wordt gesteld dan een kuipbad’.

Het gebouw van het badhuis Arnhem-Oost was in de lengterichting in twee volkomen afgescheiden compartimenten verdeeld, één voor mannen en één voor vrouwen. De indeling was, met het oog op het aanbod, echter flexibel. Eén van beide afdelingen kon namelijk via een verplaatsbaar tussenschot naar believen vergroot of verkleind worden.
Op deze afbeeldingen, beide van badhuis Oost-Arnhem, is dat te zien:

links: plattegrond van de benedenverdieping
(bron?)
rechts: interieur in 1931
(Gelders Archief: 1501-04-3648, Public Domain Mark 1.0 licentie)















Scholen zorgden er ook voor dat kinderen gingen baden

Verschillende scholen bezochten met hun leerlingen de badhuizen. Zo waren in het eerste jaar van het badhuis aan de West-Peterstraat zelfs meer dan 2/3de deel van de verstrekte baden schoolbaden. Van school XIV in de Agnietenstraat gebruikte meer dan 70% van de leerlingen het badhuis wekelijks.
Dat was overigens wel een uitschieter: het gemiddelde over alle scholen varieerde tussen 1896 en 1916 van 15 tot 20%, maar er waren ook scholen bij met minder dan 5%.

Niet alle badhuizen waren trouwens voor het schoolbaden goed ingericht. Een schoolbadhuis zou centrale kleedruimtes moeten hebben, voor jongens en meisjes apart. Die moesten zich daar ‘ontkleden tot op het hemd [niet verder!], terwijl de badruimte zó zal moeten zijn ingericht, dat de cellen aan de voorzijde open zijn en zo gelegen, dat van een centraal punt uit toezicht mogelijk is’. Het laatste kledingstuk werd dan uitgetrokken in de met schotten afgeschutte open cel.

Opgang en neergang van de Arnhemse badhuizen

Arnhem had in 1932 drie volksbadhuizen met circa 60 douches en kuipbaden op een bevolking van 80.000. In het jaar 1938 werden deze drie badhuizen in totaal bijna 125.000 keer bezocht. Dat is niet veel op het aantal inwoners, maar er waren natuurlijk ook nog andere badgelegenheden, hetzij bij de mensen thuis, hetzij in fabrieken of instellingen zoals de kazerne of het bestedelingenhuis, en na 1932 het Sportfondsenbad met 25 douches.
Na de Tweede Wereldoorlog hebben de badhuizen nog een aantal decennia tot volle tevredenheid gefunctioneerd. Het totaal aan baden komt ook in de jaren vijftig op ongeveer 125.000. Daar kwamen nog bij de baden die genomen werden in het Sportfondsenbad en op de Westervoortsedijk (niet meer dan 17.000)

Na de oorlog werden steeds vaker badkamers gebouwd in nieuwe huizen; toch was een badkamer nog altijd niet-standaard. En in veel (nieuwe) huizen kwamen lavetten omdat ze minder ruimte innamen. Een aparte badkamer werd pas na 1960 standaard in nieuwbouw; veel bestaande woningen hadden dat toen nog niet.
Hoe dan ook, het badhuisgebruik liep na 1966 jaarlijks met meer dan tienduizend terug. In 1971 was het totaal aan baden teruggelopen tot 56.000.
In 1973 vond B&W het genoeg. Honderd jaar na de opening van het eerste badhuis op het Walburgisplein werden alle gemeentelijke badhuizen gesloten.

Arnhem voor eeuwig

In de rubriek “Arnhem voor eeuwig” van de Gelderlander beschrijft Peter Bloemendaal aan de hand van een oude foto het leven in Arnhem in vroeger dagen. Deze aflevering gaat over badhuizen in Arnhem.

Literatuur en websites

volksbadhuizen.1764943764.txt.gz · Laatst gewijzigd: 2025/12/05 15:09 door wim