Dit is een oude revisie van het document!
“Toevluchtsoord voor de ouderdom” Joods bejaardenhuis, Opgericht in 1874, aan de Achterweg. Het bestond uit zeven huisjes en een eet- en ontvangstzaal. In 1898 vonden de regenten en regentessen van het gesticht op de Achterweg na 24 jaar moeizaam geld inzamelen het nodig dat er een nieuw bejaardentehuis zou komen vanwege het groeiend aantal mensen. Men kocht van de Arnhemse jurist mr. I. Everts het pand Markt 5 dat op 1 februari 1900 onder de naam Beth Mikloth Lezikno officieel werd geopend door burgemeester E.C. baron Sweerts de Landa Wijborgh. In de 24 jaar op de Achterweg was de aanpak veranderd van armenzorg naar bejaardenzorg. Rond de Markt sprak men over het joodsche oude mannen- en vrouwenhuis. Op Markt 5 kon men veertig mannen en vrouwen huisvesten. Veel privacy hadden de bewoners niet want het aantal éénpersoons kamers was zeer klein. De uniforme kleding was afgeschaft. De meeste mensen moesten in slaapzaaltjes slapen zodat het wel voorkwam dat echtparen die soms dertig of veertig jaar samen hadden gewoond werden gescheiden in het huis op Markt 5. In 1927 kwam er een vleugel bij in de Hofstraat met tien kamers. Bovendien kwam er een lift, uiterst modern in die dagen. Het college regenten en regentessen van het bejaardentehuis hadden als erevoorzitter de opperrabbijn. Van 1881 tot 1895 was dat Tobias Tal. Daarna kwam Lion Wagenaar tot 1918. Joël Vredenburg was de opvolger tot 1941. Salomon Levisson kwam na hem. Regenten rond 1925 waren: Joël Vredenburg, S. B. van Esso, E. A. Cohen, B. de leeuw, B. Cohen en G. Leverpoll. Regentessen waren de dames Cohen geb. Spier, Van der Heijden geb. Walewijk, Van Esso geb. Elzas en Vredenburg geb. Bamberger. Binnenvader en moeder waren E. de Leeuw en zijn echtgenote. Tot aan de Duitse inval fungeerde Beth Mikloth Lezikno ook als toevluchtsoord voor joden uit Duitsland. Op 10 december 1942 beginnend om 21:00 volgt er een razzia van de SD, de SA (van de NSDAP), de Nederlandse politie en de Marechaussee, waarbij naast Joodse bewoners op particuliere adressen ook de bewoners van Beth Miklot Lezikno worden opgehaald. De ongeveer zestig oude mensen/bewoners worden naar Westerbork gedeporteerd. Op vier mensen na. Mevrouw Meijer is net een paar dagen ondergedoken en zal in het na-oorlogse Beth Zikna haar tachtigste verjaardag vieren. Een zieke wordt naar ‘het provisorisch ziekenverblijf’ aan de Amsterdamseweg gebracht, één persoon die stervende is en een ander die ‘haar verstand kwijtraakte’ worden naar het Gemeente Ziekenhuis gebracht. Verplegend joods personeel (20)en financieel directeur gaan met de bewoners mee naar Westerbork. Een paar stafleden blijven achter. Niemand keerde terug