====== Het spoor in Arnhem ====== //Deze pagina is nog in bewerking//\\ ===== De komst van het spoor naar Arnhem ===== Engeland was het eerste land dat begon met een commerciële spoorlijn, de lijn Liverpool – Manchester die in 1830 werd geopend. Ook het kort daarvoor van Nederland afgescheiden België was snel, met de eerste spoorlijn van Antwerpen naar Mechelen in 1835 en de eerste internationale spoorlijn tussen Antwerpen en Keulen in 1843. De verbinding tussen Amsterdam en Keulen over de Rijn was slecht, en Nederland was bang de concurrentieslag met België te verliezen. Daarom lanceerde de artillerieofficier Bake in 1834 het plan voor een spoorlijn tussen Amsterdam en Keulen. Na een door koning Willem I ingewonnen advies diende de regering in februari 1838 een wetsontwerp in voor de aanleg van een spoorlijn van Amsterdam naar Arnhem, met een zijtak naar Rotterdam. Het betrof een door het Rijk te maken spoorweg en niet, zoals de lijn Amsterdam – Haarlem, een particuliere concessie. Dit wetsvoorstel werd op 2 april 1838 in de Tweede Kamer behandeld en afgestemd: ‘wij hebben in ons kleine land geen vliegende ijzerbanen nodig, want ieder die daar zin in heeft kan in enkele dagen van het ene naar het andere uiterste reizen’. Er waren slechts twee stemmen voor het wetsvoorstel, dat waren de minister van Financiën die het had ingediend en de afgevaardigde mr. J. Weerts, tevens burgemeester van Arnhem. 46 leden stemden tegen. Koning Willem trok zich er niets van aan - hij tekende vier weken later, op 30 april 1838 een Koninklijk Besluit tot aanleg van de lijn. Aanvankelijk zou de lijn na Utrecht over Maarsbergen naar Wageningen gaan en daarna verder door de uiterwaarden naar Arnhem. Het eindpunt zou aan de Boterdijk komen, vlak naast de toenmalige haven. Omdat zowel de provincie Gelderland als het ministerie van Defensie bezwaar hadden tegen dit tracé, werd nog tijdens de uitvoering (in 1841) gekozen voor de richting over Ede en ‘door de bergen’ van de Veluwezoom naar Arnhem. Daarbij kwam het eindpunt op 500 meter van de haven en met een behoorlijk hoogteverschil daarmee. Het station kwam buiten de oude vesting, op 200 meter west van de Sint Jansbarrière. Vanuit het station moesten de goederen worden overgeslagen en naar de haven gebracht, om van daar per schip verder te gaan naar Keulen. ===== De vroegere stations ===== ==== Het eerste station ==== De aanleg van de lijn startte eind 1838. Het was een enkelsporige lijn met breedspoor die geheel nieuw uit de grond moest worden gestampt: de spoorlijn zelf, alle stations en het materieel. Op 7 juni 1844 werd de bouw van het Arnhemse stationsgebouw gegund aan de Klundertse aannemer De Graaf voor een bedrag van 56.400 gulden. De 93 kilometer lange spoorlijn (totale kosten 12,7 miljoen gulden) én het Arnhemse station werden op 14 mei 1845 geopend in tegenwoordigheid van de drie zoons van Willem II, die in 1840 zijn vader als koning had opgevolgd. Dit eerste station lag oostelijker dan de latere stations, namelijk aan het einde van de Oude Stationsstraat, dichter bij de Zijpse poort. Vrijwel ter zelfder tijd werd de spoorlijn op last van de koning geprivatiseerd en overgedaan aan de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij (NRS). De meerderheid van de aandelen van dit bedrijf was in Engelse handen, daarom sprak men ook wel van het Engelse spoor. Na veel overleg met het toenmalige Pruisen werd in 1850 besloten dat het spoor zou worden doorgetrokken naar Oberhausen, waar het zou aansluiten op de spoorlijn naar Keulen. Daarbij werd het enkele breedspoor vervangen door dubbel normaalspoor, een voorwaarde van Pruisen. Deze verlenging – in Arnhem over een hoge spoordijk aan de rand van de toenmalige stad – kwam gereed in 1856, na overbrugging van de IJssel bij Westervoort. In dat jaar kwam ook de zijtak van Utrecht naar Rotterdam gereed. Daarmee was Arnhem verbonden met drie grote Nederlandse steden plus één in het buitenland. ==== Het tweede station ==== Pas in 1860 kwam de eerste Nederlandse spoorwegwet tot stand, waarin negen spoorlijnen waren voorzien en een overbrugging van de grote rivieren Rijn, Waal en Maas in het midden van het land. De eerste daarin genoemde lijn was die van Arnhem naar Leeuwarden, over Zutphen. Daarvoor werd de eerste steen gelegd in 1861 door koning Willem III bij de brug over de IJssel in Zutphen. De lijn werd aangelegd door het Rijk, maar de exploitatie was particulier, door de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (MESS). De lijn naar Zutphen werd opengesteld in 1865 en takte even voorbij de Velperpoort af van de NRS-lijn naar Emmerik. In 1867 besloot de regering dat er in Arnhem één station moest komen voor de beide lijnen, dus gecombineerd voor NRS en MESS. De bouw hiervan werd in 1867 aanbesteed voor ongeveer 2 ton. Achter het station kwamen twee perrons, één voor de NRS, de ander voor de MESS. Het tweede station werd aan een nieuw, omhoog hellend, Stationsplein gebouwd. Het was een fraai gebouw van drie verdiepingen met lagere zijvleugels, in totaal 135 meter lang. De perrons en sporen waren overkapt. Het station werd op 1 mei 1869 in gebruik genomen, het oude station in 1872 afgebroken. Nadat de lijn Arnhem – Nijmegen in 1879 in gebruik genomen was, werden de perrons en overkapping verlengd. In diezelfde periode werd ook het emplacement Berg uitgegraven. De paardentram werd geïntroduceerd in 1880; deze werd vervangen door de elektrische tram GETA in 1911. ==== Het derde station ==== Het tweede station werd volledig vernietigd aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Er kwamen allerlei tijdelijke voorzieningen. De eerste ontwerpen voor een nieuw station werden gemaakt in 1945, maar waren te duur. Pas in 1954 kwam het nieuwe wederopbouwstation gereed aan een nieuw uitgegraven, vlak Stationsplein. Dit station was een ontwerp van de bekende architect Schelling. Ook de sporen werden uitgebreid en er kwam een derde perron bij. Om de sporen tee bereiken kwam er een voetgangerstunnel onder de sporen door, met opgangen naar de perrons. Arnhem had inmiddels zelf besloten de elektrische tram vaarwel te zeggen en het openbare stadsvervoer met trolleybussen uit te voeren. Daarvoor kwam een stadsbussenplein aan het Stationsplein, terwijl alle streekbussen een plaats kregen aan het Stationsplein-West. Aan de achterzijde kwam – hoog! – de uitgang Sonsbeekzijde. ==== Arnhem voor eeuwig ==== In de rubriek "Arnhem voor eeuwig" van de Gelderlander beschrijft Peter Bloemendaal aan de hand van een oude foto het leven in Arnhem in vroeger dagen. Deze aflevering gaat over {{ :dg_ave_20-07-20_station.pdf |de Arnhemse stations}}.\\ ===== Wat is verder het weten waard? ===== De halte Velperpoort werd geopend in 1893 en weer opgeheven in 1918. Het kenmerkende nieuwe station Velperpoort dateert van 1953, een jaar eerder dan het wederopbouwstation. In 1969 werd station Presikhaaf geopend en in 2004 station Arnhem-Zuid.